Voedsel crisis

In de Volkskrant is een nadere toelichting verschenen op de huidige explosie van de voedsel prijzen. Dit naar aanleiding van de berichten van het IMF die veel onlusten vreesde als gevolg van de schaarste.

Aan het woord komen een aantal landbouw economen en grondstoffen analisten. Zij nuanceren de huidige hectiek door te wijzen op de ruim beschikbare hoeveelheid grond die aangewend kan worden om voedsel te produceren waardoor uiteindelijk rond 2050 zonder al teveel problemen 24 miljard monden gevoed kunnen worden.

Waar de heren onvoldoende bij stil staan is het verdelingsvraagstuk. Dat de wereld zonder al te veel problemen zoveel monden kan voeden, daar twijfel ik niet aan. Maar als je de markt zijn werk laat doen, of zoals zij voorstellen, terugkeert naar het aanleggen van buffervoorraden, betekent niet dat de voedsel productie goed verdeeld wordt.

Het oude landbouwbeleid van bijvoorbeeld Europa droeg inderdaad bij aan een stabiele prijsvorming van landbouwproducten. Het leidde ook tot een enorme verspilling van voedsel. Laten we de markt zijn werk doen, dan zal elke mislukte oogst direct tot prijsstijgingen leiden. Iets wat ook in het stuk beaamt wordt.

Maar wat betekent dit nu alles voor de werkelijk hongerigen op deze planeet? De kleine lokale boer kan geenzins opboksen tegen de grote internationale marktpartijen. Zijn toegang tot de wereldmarkt is minimaal, zo niet onmogelijk. Alleen grote partijen, ondersteund door hun Overheid kunnen werkelijk profiteren van deze situatie.

Het voedselprobleem is niet alleen een kwestie van tekorten, maar vooral ook een verdelingsvraagstuk. Daarop geeft het stuk geen duidelijk antwoord. Zowel op korte termijn als lange termijn is een ander beleid nodig. Keyzer bevestigt dit beeld.

Het voorstel van Koning in de laatste alinea zal ook de nood van de kleine boer niet oplossen. Dit is werkzaam voor grotere partijen die werkelijk kunnen concurreren. Er kan m.i. beter gezocht worden naar meer zelfstandige lokale vraagvoorziening door gericht lokaal aanbod. Hierdoor zal de export opties van de kleine boer wel afnemen, maar eveneens zal de concurrentie op de lokale markt voor die boer ook afnemen. Dat geeft de boer meer ruimte om zijn handel te ontwikkelen. Bij deze ontwikkeling hebben de kleine boeren onze steun nodig. Middels kennisontwikkeling, goede en betaalbare beschikbaarheid van zaden etc, en een bescherming van hun lokale markt tegen agressieve indringers.

Reageer