Geplaatst door: Hans op: september 29, 2011
Nadat Bart Snels had betoogd dat GroenLinks de fusie met D66 dient op te zoeken, stelt Dick Pels dat GroenLinks haar eigen ideeën dient op te poetsen. Toch zegt ook Dick Pels dat GroenLinks, Links van het midden dient te gaan staan en te zorgen voor een rood blok dat het blauwe blok kan verslaan. Dit in navolging van Denemarken. Dat is echter ook machtsdenken en biedt geen soelaas.
Simon Otjes laat in zijn bijdrage zien dat de zaken toch iets complexer liggen dan de traditionele links-rechts tegenstelling. Terecht stelt Simon dat er eigenlijk geen midden is. Simon verdeelt de politiek naar progressief, centrum en populistisch. Deze indeling is tot op zekere hoogte correct, maar negeert t feit dat politieke partijen, afhankelijk van het thema, zelf ook op deze grenzen schuiven. Daarnaast vind ik de tegenstelling tussen progressief-populistisch niet correct. Dit zijn geen tegengestelde actoren. Populisme is een stijl van politiek bedrijven, zonder dat hiermee iets wordt gezegd over de inhoudelijkheid van de standpunten. Toen JFK in Berlijn riep: “Ich bin ein Berliner”, was dat zonder meer populistisch, maar dat betekent niet dat JFK niet progressief is. De term progressief is tevens een lastige definitie, die ik liever niet hanteer. Progressief refereert aan vooruitstrevend of toenemend. Afhankelijk van het onderwerp kan men flink discussiëren of het progressief dan wel conservatief is. En zijn deze termen opponerend?
De zwevende kiezer.
Sinds het wegvallen van de traditionele zuilen en het toenemende individualisme, is de kiezer meer en meer consument geworden van de politiek. Waar men zich vroeger altijd conformeerde aan alle standpunten van de partij, is de kiezer gaan shoppen bij partijen. Daarbij komt de kiezer voor een uitdaging te staan omdat zijn persoonlijke standpunten vaak vertegenwoordigt worden bij diverse partijen. Een kiezer kan voor een sterk geliberaliseerde markt zijn, maar anderzijds sterk voorstander van een grote mate van sociale zekerheid. Dat is een twist tussen VVD en SP. Dit shopgedrag is door de PVV goed aangevoeld en heeft zich vertaald in een programma dat van alles wat heeft. U vraagt wij draaien. De tegenstellingen die Simon Otjes schetst schiet dan ook tekort als je kijkt naar het kiesgedrag van de kiezer. Het komt niet tegemoet aan zijn overigens juiste observatie dat de achterban van een partij geen doorsnee kiezer is en een middenpositie eigenlijk niet bestaat. Het in blokken denken doet tekort aan de keuzes die de kiezer maakt.
Thematisch.
In deze radargrafiek heb ik gekozen voor een benadering waarbij GroenLinks tegenover een willekeurige kiezersgroep wordt geplaatst.[scores zijn willekeurig omwille van t voorbeeld] Niet langer progressief of conservatief, waarvan de definities, zeker in tijd gezien, met enige regelmaat veranderen. Wel een gelijkende benadering als Simon Otjes door te kiezen voor excentrische thema’s. Feitelijk kan het aantal thema’s naar inzicht worden uitgebreid. Het belang van de radar is dat het inzichtelijk maakt waar de partij staat in relatie tot de kiezer. Naarmate de lijnen elkaar overlappen, neemt het kiezerspotentieel van de partij toe. In het eerste voorbeeld is alleen GroenLinks afgebeeld, maar bij toevoeging van de andere partijen ontstaat ook daar overlap. Waar partijen elkaar overlappen in thema, onstaat concurrentie. Dat wordt duidelijk in de 2e grafiek.
Op de lijn “overheid” wint de combinatie aan de ene kant, maar verliest kiezers aan de tegenovergestelde zijde. Terwijl een andere groep kiezers totaal niet bereikt wordt. De gedachte achter de fusie is natuurlijk op de punten waar de partijen elkaar overlappen en ieder hun groep kiezers binnen die lijnen samenvoegen. Maar die gedachte gaat voorbij aan de interne verschillen binnen een partij. Als je deze afzet tegen de lijn van D66 wordt dat echter wel duidelijk. [grafiek III] De groep die zich thuis zal voelen bij beide partijen, is zeer beperkt. De leden die buiten de D66 lijnen vallen, zijn de potentiële afhakers. Een dergelijk scenario is ook voor D66 te tekenen.
Tijdsgeest.
Een belangrijk punt waar in de discussie aan voorbij wordt gegaan is dat de politiek en de maatschappij waar zij deel van uitmaakt, een conjucturele beweging kent. Afhankelijk van maatschappelijke, economische en omgevingsfactoren, zal de burger zijn positie op de assen veranderen. Waren de jaren zestig nog een toonbeeld van veranderingsgezindheid, zo behoudend is de burger nu. Het loskomen van christelijke dogma’s, was een van de belangrijke drijfveren van de jaren zestig. Nu is het verzet tegen een sterker Europa en de aanwezigheid van vreemde culturen. In beide gevallen is er sprake van verzet uit de bevolking tegen een specifieke maatschappelijke status quo. In beide gevallen verzet de burger zich tegen een te dominante waarde op een specifieke as[sen]. In die zin is het ‘Midden’ van de politiek, de politiek van gematigde standpunten.
Een partij als GroenLinks die dan in haar standpunten van de grote groep kiezers weg beweegt, heeft dan maar een beperkt potentieel. Der Grunen in Duitsland hebben die ontwikkeling opgevangen door de scherpe kantjes van haar standpunten af te halen en te breken met al te radicale opvattingen. Daarmee bewoog de Duitse zusterpartij weer terug richting de kiezer. Zij sluiten beter aan bij de heersende tijdsgeest in de maatschappij. In haar huidige positie spreekt GroenLinks dus maar een beperkte groep kiezers aan die allesbehalve doorsnee is en zeker geen groot potentieel vormt. Daarbij aangetekend dat de maatschappelijke opvattingen in Duitsland significant afwijken van Nederland.
Profiel.
Voor GroenLinks ontstaat dan een hoofdpijn dossier. Meebewegen op de assen naar de kiezer toe, betekent aanpassing van haar standpunten. Daarbij loopt de partij dus een gerede kans om leden en een deel van haar huidige achterban te verliezen. Ook dan is niet uitgesloten dat er overloop ontstaat naar de PVDA of naar D66. GroenLinks kan ook kiezen om haar standpunten anders te profileren. Afhankelijk waar het zwaartepunt ligt bij de kiezer kan er voor gekozen worden om een bepaald standpunt sterker of zwakker naar voren te brengen. Sommige standpunten, zoals milieu, zijn van nature al sterk bij GroenLinks. Maar als het gaat om dierenwelzijn, mist GroenLinks de boot en verliest zij 2-3 zetels aan de PvdD, terwijl dierenwelzijn juist hoog op de agenda staat bij GroenLinks. GroenLinks profileert zich op dit punt sterk op de megastallen, maar ‘vergeet’ het klein dierenleed waar de PvdD zich groot maakt. De kiezer vindt het laatste zwaarder wegen dan de megastallen. Dat wil niet betekenen dat GroenLinks dient te kiezen, maar de profilering ontbreekt.
Slotsom.
De stelling van Dick Pels dat GroenLinks haar ideeen opnieuw onder de loep dient te nemen, is dan ook terecht. Maar de vraag is in welke mate en op welke wijze GroenLinks haar ideeen oppoetst en of zij daarmee meer kiezers weet te verlokken. Gezien de beweging van de kiezer in Nederland, die duidelijk behoudender is dan de duitse, is maar de vraag of de leden daartoe bereid zijn. Misschien dient GroenLinks zich ook bewust te zijn van het feit dat de huidige tijdsgeest niet in haar voordeel is. Ook Mark Rutte heeft met de VVD lange tijd in een dal gezeten. In 2006 had niemand durven voorspellen dat Rutte in 2010 MP zou worden. De VVD heeft echter haar liberale opvattingen in de kast gezet, maar vastgehouden aan haar kernwaarde economie. Zo haalt de VVD een grotere groep potentiele kiezers naar binnen. De VVD heeft handig gebruik gemaakt van de heersende tijdsgeest. En als deze weer verschuift richting liberalisme, kan de VVD weer makkelijk meeschuiven door haar oude agenda af te stoffen. Dit is het werkelijke populisme. Durft GroenLinks een dergelijke stap te maken?
Voorgaande artikelen:
september 30, 2011 bij 11:26 am
Goed verhaal Hans. Ik vind het ook positief om te merken dat een verhaal zoals dat van Snels toch veel weerwoord binnen de partij losmaakt. Ergens vond ik het ook enigszins onfatsoenlijk om dergelijke strategische overwegingen zonder enige vorm van interne discussie opeens in de openbaarheid te gooien. Maar alas, gedane zaken nemen geen keer.
Wat ik zelf nog steeds mis bij GroenLinks is een overkoepelend idee/ideaal/ideologie waaruit de verschillende ideeën en standpunten logisch af te leiden zijn. VVD heeft het liberalisme, SP het socialisme en de PvdA de sociaal-democratie. Zelfs D’66 had altijd iets herkenbaars met hun radicaal-democratisch ideaal. Maar bij GroenLinks mis ik zo’n rode draad toch enigszins, hoewel ik me in afzonderlijke ideeën vaak goed kan vinden.
Ik denk dat zo’n overkoepelend narratief twee voordelen heeft. Ten eerste maakt het je partij herkenbaarder omdat je jezelf niet alleen afficheert als een verzameling standpunten, maar als een bepaalde manier van kijken naar de maatschappij, met navenante probleemstellingen en oplossingen. Gewoon een duidelijk normatief kader dat makkelijk uitlegt waarom je voor bepaalde ideeën kiest. Ik denk dat veel mensen zich makkelijker laten binden aan zo’n idee, dan aan een losse hoop ogenschijnlijk incoherente standpunten. Voor een partij die zich steeds zo openlijk met de Toekomst afficheert, vind ik dat GroenLinks een bijzonder karig visioen biedt van hoe die Toekomst er in het ideale geval uit zou moeten zien.
Daarnaast denk ik dat de tolerantie van mensen voor ‘afwijkende’ standpunten t.o.v. de partij zo groter wordt, omdat ze individuele posities ondergeschikt kunnen maken aan de aansluiting met het overkoepelende idee. Dat zal niet voor iedereen gelden, maar wel voor een groot deel van de kiezers. Als burgers ons associëren met hetzelfde normatieve wereldbeeld als het hunne, dan hoeven ze niet gelijk met de partij te breken als men een individuele maatregel steunt die de burger niet waardeert. Dit omdat zulke maatregelen dan weer een noodzakelijk kwaad zijn op weg naar de toekomstvisie waaraan de burger zich gelieerd heeft. Ook dat moet je wel weer altijd goed uitleggen, en er niet al te schimmig over doen.
Wel denk ik dat een dergelijke aanpak bij GroenLinks moeilijk is, omdat er geen ‘kant en klare’ ideologie klaarligt waarmee de partij zich identificeert. Het oude communisme is uit, maar het liberalisme gaat voor ons te ver. GroenLinks heeft wel wat sociaal-democratische trekken, maar we willen natuurlijk geen nieuwe PvdA worden. Misschien dat ‘ecologisch collectivisme’ nog enigszins in de richting komt…
Enfin, ik weet niet of het aan mij is daarover te speculeren. Ik zou echter hopen dat de intellectuele ‘voorgangers’ van onze partij wat meer aandacht aan dit vraagstuk zouden besteden,dan steeds met vage strategische bespiegelingen te komen over hoe e.e.a. ‘zou moeten’, maar zonder daar ooit praktisch gevolg uit te trekken.
september 30, 2011 bij 10:12 pm
hoi frank
Dank je wel. Het ontbreken van een narratief voert terug naar het stuk vrijheid eerlijk delen en het daarop volgende partijprogramma, waar GroenLinks zich niet wilden verbinden aan een bepaalde ideologie. De angst heerste voor de beklemming van een ideologie. Dat op zich kon ik mij voorstellen maar ik had toen ook dezelfde bedenkingen in de strekking die jij uit. Je wordt als partij moeilijk zichtbaar en de identificatie met de positie van GroenLinks in de maatschappij wordt diffuus. Ook voor leden is dit een struikelpunt. Als pvda’er kan je roepen: ik ben socialist. Maar wat roept een GroenLinkser?
Femke heeft dat nog proberen te ondervangen om het begrip libertair in de partij te introduceren, maar het hangt toch te dicht tegen liberalisme aan. Hierdoor is er geen onderscheidend vermogen ontstaan.
Ik las zojuist in de Helling een interview met Tofik Dibi. De uitgave staat in het teken van Framing. Tofik gaf aan dat het vinden van de juiste woorden juist nu zo moeilijk is. Daar waar rechtse partijen blijkbaar daar weinig moeite mee hebben. Dit geldt trouwens niet alleen voor GroenLinks. De PVDA heeft net zozeer dat probleem.
september 30, 2011 bij 11:28 pm
Graag gedaan. Ik lees je blogs altijd met veel plezier. Maar soms ben ik het er zo mee eens dat commentaar me overbodig lijkt
Van het interview met Tofik krijg ik vooral mee dat hij niet begrijpt wat Lakatoff met framing bedoelt. Tofik heeft het m.i. meer over spinning en propaganda, dan over framen, wat toch meer het in je eigen narratief passen van een gebeurtenis/standpunt is. De interviewster constateert dat volgens mij ook.
Ik ben het wel met je eens dat het ‘links’ aan het juiste vocabulaire ontbreekt. Dat lijkt me deels een geval van het wegvallen van een echte ideologische basis en deels goede propaganda van rechts. Het eerste natuurlijk omdat na de val van de muur het ouderwetse linkse gedachtegoed feitelijk is gediskwalificeerd en het neoliberale ‘eind van de geschiedenis’ verhaal dominant werd. Daardoor is links lange tijd gedwongen geweest in het verhaal van rechts te bewegen. Met grote voorbeeld Wim Kok.
Met Fortuyn en Wilders is dat natuurlijk alleen maar erger geworden, omdat ze er succesvol in zijn geslaagd om termen als solidariteit, multiculturaliteit en saamhorigheid te besmetten, waardoor deze termen ook voor ons onbruikbaar zijn geworden. Het is overigens nog extremer in de VS, waar ‘socialist’ gewoon een scheldwoord is.
Overigens denk ik dat een ander probleem van links is, dat veel basispunten al gerealiseerd zijn. “Vroeger” waren wij voor algemeen kiesrecht, voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering, recht op onderwijs en een gegarandeerd pensioen. Al die zaken zijn min of meer gerealiseerd, waardoor de noodzaak van een uiterst links programma sterk is verminderd. Je merkt dat ook bij de SP (en in mindere mate de PvdA) die nu dus inderdaad bezig zijn die verworvenheden te verdedigen. Dat versterkt het idee dat links in een soort eindstation is aangekomen.
Voor ‘links’ in het algemeen, en GroenLinks in het bijzonder, zie ik dan ook drie opties.
1. Revitalisatie van het sociaal-democratisch gedachtegoed. En dan niet via één of andere quasi-liberale ‘Derde Weg’ zoals Snels dat graag ziet, maar met een terugkeer naar basiswaarden als sociale rechtvaardigheid en eerlijke verdeling van de welvaart. Je zou zeggen dat in een tijd van megabonussen en een gevoel van onmacht bij de bevolking om het ‘grootkapitaal’ te controleren, dit aan zou moeten spreken.
2. Een nieuwe ideologie. Liberalen grijpen terug op Smith en Mill, socialisten op Marx en Engels. Allemaal ideeën die al een tijdje rondzweven. Misschien is het tijd voor wat ideologische vernieuwing. De vraag is dan wel of je ergens een ‘groot denker’ moet gaan vinden om zoiets op te zetten en of je daarop wilt wachten.
3. Een narratief zonder ideologie, maar wel bindend. Dat lijkt me voor GroenLinks momenteel de beste optie. We hoeven niet meteen Marx of Troelstra op te graven om toch te kunnen laten zien dat onze ideeën met elkaar verband houden en elkaar versterken. Idealiter kan je in één alinea een schets geven van hoe de samenleving volgens ons er over 50 jaar uitziet. Met zoiets voorkom je in ieder geval de indruk dat je je standpunten door de waan van de dag laat bepalen.
In ieder geval denk ik zelf dat je pas goed kan proberen de hegemonie van het neoliberale narratief te doorbreken als je zelf een krachtig, coherent verhaal hebt. Zolang je dat niet hebt, blijf je genoodzaakt in de termen van de tegenstander te spreken en uiteindelijk ook te denken. Dat is onhandig naar de buitenwereld toe, en werkt intern ook demoraliserend verwacht ik. We zouden eerst een ‘position of strength’ moeten vinden en van daaruit de aanval weer inzetten, in plaats van zoals nu uit een soort underdogpositie binnen het kader van rechts proberen terug te slaan. Dat is iets wat Tofik overigens wel goed aanstipt, naar mijn mening.
Ik vraag mij af, is er binnen GroenLinks een stroming die hierover nadenkt? Want nadenken over tactiek en strategie doen we ogenschijnlijk afdoende.
Anderzijds, ik loop pas een jaar mee, wat weet ik er nou van
oktober 1, 2011 bij 10:04 pm
Frank,
Ja Tofik mist een beetje de boot met het begrip Framing. Ik denk, lezende zijn reactie, dat hij wars is van het begrip. Er niet aan wilt toegeven. Mogeijk n zekere angst om een bepaald imago te krijgen, wat hem niet past.
Het is inderdaad merkwaardig dat waar enerzijds de discussie over economische klassenverschillen hevig wordt gevoerd, Links hier niets mee kan. Het lijkt mij ook de grote frustratie van SP en PVDA dat hun traditionele achterban, zo sterk vertegenwoordigt is bij de PVV. De te rechtse koers van Kok zal hier mede debet aan zijn. Maar ondanks de geleidelijke terugkeer naar het oude pad, weet met name de PVDA niet het momentum te herwinnen. Dat ligt nog altijd bij de PVV.
GroenLinks deelt in zekere zin in de misere. De PVDA is haar ideologie kwijtgeraakt. GroenLinks moet deze nog vinden. De koers die Snels uitstippelt is zondermeer uitzichtloos. In mijn optiek heeft Snels de huidige tijdgeest niet goed op het netvlies. Er is momenteel geen basis voor een dergelijke samensmelting.
Is een bindend narratief uiteindelijk ook niet een ideologie? Dat er een duidelijker en samenhangend visie dient te komen, is voor mij klip en klaar. Dat zal GroenLinks uiteindelijk beter positioneren in de politieke markt, maar ik blijf mij afvragen of dat qua electorale response veel verschil zal uitmaken. Misschien is Nederland een beetje ‘moe’ als het gaat om libertaire standpunten. Wat zeker zal helpen is een duidelijk beeld te creeren van de toekomst. Kijk naar Istanbul hoe dat zich heeft ontwikkelt. Een modern New York dat de binding vormt tussen 2 werelden. Jozien van Aarsten trachtte in zijn periode als fractievoorzitter van de VVD een dergelijk beeld te scheppen, als zijnde de Randstad het New York aan de Maas. Qua feitelijk invulling was ik het hartgrondig met hem oneens, maar visie kon hem niet ontzegt worden. Voor GroenLinks de uitdaging om een dergelijke exercitie vanuit een sociale duurzame agenda te voeren.
Deze initiatieven liggen bij de partijraad en het partijbestuur, daarbij leunend op het wetenschappelijk bureau ‘De Helling’ Maar ik zie deze discussie niet breed in de partij gevoerd worden. Met uitzondering nu van de discussie die door Snels wordt aangeslingerd. Het ligt nu ook bij de partijraad die hier 8 oktober over vergaderd. Daar zijn de stukken van Dick Pels, Simon Otjes en die van mij agendeert. Dus wie weet.
groet
hans
oktober 1, 2011 bij 11:48 pm
Hans,
Voor mij is het concept ‘ideologie’ wat meer beladen. Bij een ideologie denk ik aan een politiek-filosofische constellatie van ideeën, waar je uiteindelijk je partij op kan baseren. (Klassiek) liberalisme dus, of Marxisme. Een narratief hoeft, denk ik, niet direct zo geworteld te zijn in een bepaalde politieke theorie en kan dus wat flexibeler zijn.
Ik denk dat er ook wat potentieel electoraal gewin in zo’n koers zit. Toen ik meeliep in de cursus ‘Gedachtegoed van GroenLinks’ viel me op dat ons verhaal best sterk is, ook het sociaal-economische. Maar wat ik daar hoorde, stak veel beter in elkaar dan het verhaal dat we naar buiten vertellen. Daar zijn we toch altijd een beetje een zeurpartij op losse standpunten. Bovendien hoop ik dat GroenLinks nog in staat is een narratief te bedenken dat de mensen aanspreekt met wie wij zeggen het het beste voor te hebben. Mensen die nu nog bij de SP, PvdA of misschien zelfs de PVV zitten.
Ik ben benieuwd wat er uit dit proces gaat komen dat door Snels is aangeslingerd. Ik hoop op ook wat meer ruggespraak met de leden. Wat me van veel bijeenkomsten is bijgebleven is dat er best onvrede bestaat bij een deel van de achterban, maar dat die er alleen incidenteel uitkomt. Op zo’n bijeenkomst waar Dick Pels dan toevallig ook is. Maar juist bij een partij als GroenLinks zou je zeggen dat men proactief bij de leden naar ideeën en meningen gaat polsen. Zeker als de strategie van de partij zo’n onderwerp van discussie is.
Groet,
Frank
oktober 2, 2011 bij 4:23 pm
Ja dat ben ik met je eens. Ideologie doet benepen aan en kan beter vermeden worden. Zeker GroenLinksers zijn daar redelijk allergisch voor
Ik ben benieuwd wat de discussie in de partijraad op gaat leveren. Ik heb contact met Fenny Stavast uit Groningen hierover. Groningen blijkt een van de aanjagers te zijn van de discussie. Ik hou je dan wel op de hoogte.
groet
hans