Geplaatst door: Hans op: oktober 11, 2011
In de discussie over de economische crisis komen regelmatig de termen opties, aandelen, derivaten voorbij. Voor de buitenstaander al snel, zoals Plasterk dat noemde, de revenge of the Nerds. Hieronder een vereenvoudigde toelichting op deze begrippen en rekenvoorbeelden die laten zien wat het speculatieve karakter is van derivaten.
Call optie.
Een call optie is het recht om tegen een vooraf gestelde prijs de onderliggende waarde te mogen kopen of verkopen. De onderliggende waarde van een optie zijn meestal aandelen, maar kan ook o.a. obligaties, goud of valuta zijn. Op het moment dat men handelt in opties gaat men rechten en plichten aan ten opzichte van deze zaken. De standaard hoeveelheid die men bij de contractgrootte aangaat is bij opties 100 aandelen. In dit praktijk betekent dit dat wanneer de waarde €1,50 is, U dus €150,- moet betalen voor 1 optie. Aangezien de call optie een onderliggende waarde heeft, is het een derivaat. Andere derivaten zijn futures, turbo’s, speeders, sprinters, trackers en warrants.
Het bijzondere aan derivaten is dat men veel betere resultaten[winst/verlies] kan boeken tov van de waardeontwikkeling van het aandeel zelf. In het onderstaande rekenvoorbeeld wordt duidelijk dat een waarde stijging van 10% van het aandeel, tot een waardestijging van 90% van de optie leidt. Dit komt door het hefboomeffect. Het effect kan ook negatief uitpakken. Als de call optie aan het einde van zijn looptijd is en de koers van het aandeel zit onder de uitoefenprijs, is de optie waardeloos geworden. De investering van €200,- zoals in het rekenvoorbeeld bent u dan kwijt.
Turbo’s.
Turbo’s bieden de mogelijkheid om met minder ingelegd vermogen toch te kunnen profiteren van waardestijging van de onderliggende waarde[aandeel etc] Dit komt omdat het verschil tussen wat u betaalt en de werkelijke waarde wordt gefinancierd door de bank. Wanneer u ‘long’ gaat[u verwacht dat de onderliggende waarde gaat stijgen] koopt de bank de onderliggende waarde. Een deel daarvan wordt doorbelast aan u, wat de prijs is van de turbo. Over het resterende deel wat de bank financiert, daarover betaalt u rente. Gaat u ‘short’[u verwacht een daling van de onderliggende waarde] dan wordt voor de aandelen geld ontvangen. Over dit bedrag ontvangt u rente van de bank, voor het bedrag dat op een rekening is gestald.
Het resultaat op turbo’s kan enorm zijn. Zowel positief als negatief. De winst komt echter ten goede aan de belegger. Echter omdat de bank financiert met garantie, zit er wel een ‘stop loss’ ingebouwd in de constructie. Dit betekent dat u bij een bepaalde koers gedwongen wordt uw positie te sluiten. Dan kan het zo zijn dat u de volledige investering kwijt bent. Het mogelijke resultaat van een turbo, die gelijk zijn aan ‘speeders’, is in onderstaand rekenvoorbeeld te zien.
Slotsom.
De risico’s die genomen worden kunnen enorm oplopen. Voor financiele opportunisten een walhalla omdat met beperkte inleg enorme winsten gemaakt kunnen worden. Dat dit de stabiliteit van het financiële systeem niet ten goede komt is m.i. evident. Zeker als je bedenkt dat derivaten in allerlei constructies voorkomen. Deze constructies zijn ondoorzichtig en men heeft geen idee waarmee en hoe er gespeculeerd wordt. Met deze constructies werden ook de problemen van Griekenland toegedekt. Het is namelijk met deze constructies niet zo moeilijk om zaken rooskleuriger voor te stellen. Het is dan ook niet vreemd dat er nu in Brussel voorstellen op tafel liggen, die deze speculatieve handel transparant moeten maken en beperkingen opleggen. Dit tot groot ongenoegen van ‘The City’ in Londen, dat na Wall Street de grootste derivaten handel kent. Zij zien hun lucratieve handel ineens beknot worden.